‘JONGENS TROUWEN TOCH MET MEISJES?!’

 In Persoonlijk

Gisteravond, op moment dat ik dit schrijf, besloot ik de ‘have you ever’ tag te doen op Instagram. Had ik al een aantal keer voorbij zien komen bij anderen en ik vond ‘m heel leuk, dus dacht; die ga ik ook doen. Al snel kwamen er heel leuke binnen waarvan ik er aantal beantwoordde. Eentje werd met afstand het allermeeste gevraagd, waarschijnlijk hartstikke onschuldig bedoeld ook, en dat was of ik ooit een vrouw met een vrouw heb gezoend. Ik denk dat deze gesteld werd vanuit de gedachte ‘gezellig op een feestje, vijf wijn in je klink, en dan uit een soort van rebellie met een vrouw zoenen’, en dat snap ik. Dat is volgens mij hoe dat meestal gaat. Maar voor mij zat er een andere lading achter de vraag. Ik twijfelde even of ik ‘m zou beantwoorden ja of nee, besloot het toch te doen, én om volledig open en eerlijk te zijn, en dat riep vervolgens zo veel reacties op dat ik besloot er toch een stuk over te schijven. Juist omdat het, kennelijk, nog altijd een behoorlijk precair onderwerp is. Dit voelt als één van mijn meest persoonlijke en kwetsbare artikelen ooit.

Ik weet dat, als je actief bent op Instagram, of als je blogt, of Youtube video’s maakt, of allemaal, het beeld automatisch ontstaat dat je álles deelt en je je hele leven op internet slingert. Ik begrijp dat helemaal, want inderdaad; je ziet veel, en je vormt een beeld van iemand op basis van hetgeen voorbij komt. Het is alleen, denk ik, wel belangrijk om daar zelf, als kijker of lezer, nog een soort nuance in aan te brengen. Je altijd te blijven realiseren dat dat wát je ziet is wat ik wil dat je ziet, zeg maar. Ik kies wat ik deel op stories. Ik kies wat ik laat zien in vlogs en wat ik überhaupt niet film of eruit knip. Ik kies welk deel van het weekend ik laat zien in de plog. Ik kies welke foto’s met welke captions ik post op Instagram. Maar ik kies ook wat ik weglaat. Je ziet altijd mij, je ziet altijd mij zoals ik ben, maar je ziet niet ieder aspect van mijn leven. Ik heb zelf de regie in handen over dat wat ik met de wereld deel. Natuurlijk kun je op basis daarvan alsnog heel veel vinden van hoe iemand is, overkomt, maar hoewel ik niet voor anderen kan en mag spreken weet ik in ieder geval wel dat er in mijn geval ook altijd een stuk is wat de revue niet passeert. Dingen waar ik pertinent niet over praat, dingen waarvan Koen en ik samen besloten hebben; dat blijft van ons. Grote dingen én kleine dingen. Daar denken we in ieder geval altijd heel bewust over na.

En toen kwam deze vraag gisteren voorbij. Over een onderwerp wat ik eigenlijk nooit heb aangekaart. Bewust niet. En dan niet omdat ik me er voor schaam, want juist niet, maar meer omdat ik het nooit zo relevant vond, dat is A., en omdat ik daarbij waarschijnlijk ook wel een beetje bang was voor oordeel. Of er niet per se bang voor; ik had er gewoon geen zin in en vond ook dat het aan niemand is om er verder iets van te vinden, dat meer. Ik weet dat het nou eenmaal zo werkt dat er mensen zijn die over álles wat ik deel een mening hebben en dat weerhoudt me er over het algemeen niet van te delen wat ik wil delen, maar als het over gevoeligere onderwerpen gaat is het wel altijd iets wat ik in mijn achterhoofd houd. Nu de vraag zo op de man af gesteld werd besloot ik er ondanks dat toch wat over te zeggen. Ik vond het een mooi moment. Zo voelde het in ieder geval. Ik voel me in ieder geval meer dan sterk en zelfverzekerd genoeg om over dit onderwerp te kunnen en willen praten, en me kwetsbaar op te stellen. Moraal van het verhaal is dat ik inderdaad wel eens met een vrouw heb gezoend. Niet alleen dronken-laten-we-ff-gek-doen gezoend. Ik heb voordat Koen en ik verkering kregen behoorlijk gefladderd. Ik wist niet zo of ik nou mannen of vrouwen leuker vond, dácht ergens dat ik vrouwen vooral fysiek aantrekkelijk vond, maar ik daar geen relatie mee zou kunnen hebben, en dat dat bij mannen precies andersom was, maar echt wéten deed ik het niet. En dat vond ik eigenlijk helemaal geen ding. Sterker nog; ik vond het wel chill. ‘Keuze is reuze’ zei ik altijd. En zo voelde ik dat ook. Dat was dus overigens niet alleen een fysiek of seksueel iets, wat automatisch vaak gedacht wordt, maar ging verder dan dat. Dat ik het zelf totaal geen ding vond kwam ook, of misschien wel vooral, door de houding van mijn ouders. Het is bij ons thuis namelijk nooit een onderwerp geweest. Ik was altijd open en eerlijk over wat ik uitspookte, en heb nooit het gevoel gehad dat ik dat niet kon zijn. Ze hebben me altijd de ruimte en de vrijheid gegeven om te fladderen en zelf te ontdekken. Het was gewoon nooit een thema.

Ik had ‘t er gisteren nog met mama over, dat ik ze zo dankbaar ben voor hun houding destijds, en dat ik het echt heel mooi vind hoe zij dat met mij aanpakten, maar ze zei zelf ook; we hebben het nooit echt zo ervaren. Als in; ze hebben er voor zichzelf ook geen ding of onderwerp van gemaakt. Het was gewoon niet zo boeiend, op de een of andere manier, en dus vond ik het zelf ook niet boeiend en was het helemaal geen zwaar of beladen iets. Mama heeft me wel eens gevraagd of ik dan bi was, maar ik weet niet meer zo goed wat ik daar destijds op antwoordde. Had geloof ik niet zo heel veel zin om ergens een sticker op te plakken. Zo’n label, van ‘we zetten jou in die categorie, joe’, voelde niet goed. En dat voelt het eigenlijk nog niet. Wat voegt het toe? Definieert het mij als mens of ik op mannen of vrouwen of allebei val?

Ik kreeg na mijn stories hierover zo bizar veel mooie, openhartige dm’s. Echt héél bijzonder. Met vragen, eigen ervaringen, verhalen. Vaak ook met de strekking: wat dapper dat je zo eerlijk en open durft te zijn. Daar moest ik even over nadenken, want waarom wordt dat eigenlijk dapper gevonden? Waarom vond ik het spannend om te delen hoe de vork voor mij in de steel zit? Waarom sprak ik er nooit eerder over, gevoed door dat ik geen zin had voor oordelen die sowieso zouden komen? Waarschijnlijk omdat het niet ‘de norm’ is. De norm is dat je als vrouw valt op man en als man op vrouw. Liefst eentje die aan de eisen voldoet, waar een paar leuke kinderen mee gemaakt worden, van iedere soort één als het even kan, en waar je dan voor de rest van je leven bij blijft, of je dat nou heel erg leuk vindt of niet. Punt. Einde verhaal. Maar dat denkbeeld is zo bekrompen. Zo beperkt. Dat sterkte me heel erg in het gevoel dat ik kreeg nadat ik het gedeeld had.

Het voelde eigenlijk alleen maar fijn. Een beetje bevrijdend ook wel, want ondanks dat het me niet definieert is het wel een kant van mij als mens. Één iemand zei: ‘ik had dit zo niet van jou verwacht, vind je hier zo geen type voor’. Met alleen maar goede intenties overigens, maar ik kreeg meteen vlekken in m’n nek, want dit is dus precies waar ik moeite mee heb. Wanneer ben je ‘hier’ dan wel een type voor? En wat betekent dat dan? Ik werd uiteindelijk tot over mijn oren verliefd op een man en dat word ik – kots maar ff in bakje, ik snap het – nog steeds iedere dag opnieuw. Omdat ik er van overtuigd ben dat we écht bij elkaar horen. Maar dat is niet omdat hij een man is. Dat is omdat hij alles is wat ik zoek in de persoon met wie ik mijn leven deel. In mijn geval ligt dat niet per definitie vast in geslacht, maar in karakter en persoonlijkheid. We zeggen altijd dat we voor elkaar gemaakt zijn omdat de combi van onze karakters perfect werkt. En inderdaad; ik vind hem maximaal aantrekkelijk. Dat ook. Maar dat kan ik een vrouw ook vinden. En wat Koen daar van denkt? Die vindt er niet zo veel van. In de zin van dat hij het geen ding vindt. Net als vroeger: het is voor hem niet eens een onderwerp. We hebben er ook nooit een ingewikkeld of zwaar gesprek over hoeven voeren of zoiets, hij is, volkomen terecht, heel erg overtuigd van mijn liefde voor hem. En ik andersom ook van zijn liefde voor mij. Als ik hem er nog een keer naar vraag – deed ik even voor dit artikel – zegt hij dat hij het alleen maar een heel mooi iets vind dat ik niet in standaard rollen en hokjes denk en me er ook niet in één laat stoppen. Vond ik goed gesproken. En daarbij: we kunnen er ook vaak om lachen samen, want we vinden negen van de tien keer dezelfde vrouwen mooi en leuk. Gemene deler.

Ik vind het zelf hartstikke normaal dat ik ben zoals ik ben. Dat ik geslacht ‘gewoon’ niet zo heel boeiend vind. Ik deel Koen z’n mening: ik vind het eigenlijk alleen maar mooi dat ik er zo in sta. En aan de reacties die ik kreeg te lezen ben ik verre van de enige die er net wat anders tegenaan kijkt dan er bij ons allemaal al vanaf zo jong wordt ingeprent. Morris is 4,5 jaar, gaat nét naar de basisschool, en hij komt nu al thuis met dat hij niet met – noem even een fictief persoon – Muis kan trouwen, omdat Muis een jongen is en jongens alleen met meisjes kunnen trouwen. Ik vind dat echt heel bizar en kleinzielig. Ze zijn zó jong, en worden nu al een bepaalde richting in geduwd. Maar niet door ons. Dat is iets wat in ieder geval zeker is. Ik wil dat onze kinderen opgroeien in de wetenschap dat er inderdaad maar één goed is, en dat dat alleen is waar hun hart sneller van gaat kloppen. Dat dat niet gebonden is aan een vast stramien of aan geslacht, en dat ik ze fantastisch vind zoals ze zijn, compleet ongeacht hun voorkeuren. Ik hoop gewoon dat dát een beetje meer de norm wordt. Dat je niet het gevoel krijgt dat je raar bent als je nieuwsgierig bent. Als je niet helemaal weet wat je nou eigenlijk precies voelt. Dat het oké is om te willen ontdekken. Als het delen van mijn eigen ervaringen dan ook maar het allerminste bijdraagt aan stukje bij beetje zorgen dat dit uit de taboesfeer gehaald wordt, als het voor iemand herkenbaar is, als iemand zich begrepen of gesterkt voelt in zijn eigen gevoelens, is de missie voor mij al geslaagd.

Dus. Ben ik zomaar weer héél veel woorden verder. Niet per se heel kort van stof dus chapeau als je tot hier bent gekomen. Ik kan erover aan de gang blijven, maar dat ga ik niet doen. Dankjewel dat je de tijd nam om dit stuk te lezen en als het je lukte een open blik te houden en niet te oordelen. Dat betekent heel veel.

 

 

Recommended Posts

Start typing and press Enter to search

error: Content is protected!