Een poos geleden vertelde ik jullie over mijn samenwerking met SOS Kinderdorpen en het feit dat we ons eigen sponsorkind hebben. Inmiddels zijn we een paar maanden verder. De vorige keer was ons avontuur wat dat betreft net begonnen en hadden we eigenlijk nog geen idee; inmiddels zijn we even onderweg, hebben we al wat post ontvangen uit Uganda en heeft het wat meer vorm gekregen in ons leven, letterlijk. Ook omdat het vandaag Aan de Bakdag is leek het me een mooi moment voor een update!

Allereerst: hoe gaat het met Kojo en hoe bevalt het hebben van een sponsorkind ons? We hebben de afgelopen maanden, na het eerste ‘ontmoetingsmoment’, twee keer post gehad uit Uganda. Een keer in juni, en een keer in augustus. De eerste keer was het een meer algemene brief met wat formaliteiten en met kennisgeving over het versturen van pakketten. Het wordt afgeraden om contant geld of cheques mee te sturen via de post, omdat de kans heel groot is dat dat nooit aan zal komen. Vond ik best heel logisch; ik probeer steeds voor ogen te houden dat ze daar geen postkantoor op iedere hoek van de straat hebben zoals wij hier. Als je extra wilt doneren kan dat natuurlijk altijd, maar dan wel via de officiële kanalen.

In de brief staat ook dat ze afraden grote pakketten te sturen omdat daar dan nog douanekosten over betaald moeten worden en dat hartstikke prijzig wordt voor het kinderdorp waar je naartoe stuurt. Dat vond ik wél echt een nuttige, want ik was in het begin echt mega geneigd te denken ‘oooh leuk een jongetje, kan ik mooi alle kleertjes die Morris en Benjamin niet meer passen opsturen, en af en toe een cadeautje als hij jarig is of gewoon zomaar, maar zo eenvoudig is het dus helaas niet. Alles wat in een envelop past, zoals bijvoorbeeld een stickervelletje, kun je met een gerust hart opsturen, dat komt waarschijnlijk aan, maar echt waardevolle spullen versturen is gewoon niet zo’n goed idee. Dat vind ik best jammer; ik had graag nog op meer manieren geholpen dan met alleen geld, maar wat niet is, is niet. In de brief staat tenslotte ook dat het altijd mogelijk is Kojo op te zoeken in het dorp waar hij woont. Dat is voor nu nog niet aan de orde, maar zouden we ooit wel écht heel graag willen. Om de jongens te laten zien dat het niet overal op de wereld zo welvarend is als hier, maar vooral om Kojo te kunnen ontmoeten. Dat staat wel heel hoog op ons wensenlijstje, al vind ik het idee ergens ook een beetje spannend. Wij hebben wel heel veel gevoel bij hem, maar we weten natuurlijk niet hoe de dingen hem uitgelegd worden en hoe hij over ons denkt, en daarbij kennen we onszelf en zien we bij voorbaat al op tegen het moment dat we hem dan daar zouden moeten laten. Ik ben heel benieuwd of jullie zelf, of iemand die jullie kennen, ooit een sponsorkind in Afrika hebben opgezocht en hoe die ervaring was. De brief is ondertekend door een coördinator. Ergens voelt dat een beetje zakelijk, al kan ik niet eens heel goed uitleggen waarom. Ik begrijp dat dat nodig is bij zo’n grote organisatie, en dat er protocollen zijn, maar ik had het tot nu toe zelf echt 0,0 zakelijk bekeken, en als we het over Kojo hebben vergeten ik vaak dat er zo’n grote organisatie mee gemoeid is. Misschien is dat juist wel goed ook; daardoor voelt het voor ons in ieder geval wel heel erg persoonlijk.

De tweede brief, van augustus, is van heel andere aard. Het is een inhoudelijke brief, een veel persoonlijkere, die ons meer vertelt over hoe het met Kojo gaat en over wat voor mannetje het is. Er zit een foto bij van hem alleen – het is zo’n leuk kereltje om te zien! – en eentje van zijn SOS-familie. Daar word ik blij van; ik vind het fijn om te zien door wie hij omringd wordt. In de brief staat dat ook dat Kojo houdt van auto’s en van voetbal; in dat opzicht zou het dus echt een broertje van Morris en Benjamin kunnen zijn, dat hij naar school gaat en dat hij net heeft geleerd binnen de lijntjes te kleuren. Hij spreekt zelfs al een beetje Engels. Het is een leuke brief. Het voelt alsof we Kojo steeds een beetje beter leren kennen, terwijl we hem nog nooit gezien hebben en dat misschien ook wel nooit zal gebeuren. Zo ver weg, maar toch ook heel dichtbij.

Vandaag, op 25 oktober, is het Aan de Bakdag. 14.000 kinderen van bijna 700 Nederlandse BSO’s gaan cupcakes bakken, versieren en verkopen voor leeftijdsgenootjes in Kenia. De opbrengst gaat naar het kinderdorp Meru. Aan de Bakdag is een initiatief van SOS Kinderdorpen samen met Dr. Oetker, en hoewel Kojo niet in Kenia woont maar in Uganda en het voor hem in die zin niet per se relevant is, vind ik het wel echt heel mooi initiatief. Mocht je een eigen sponsorkind om welke reden dan ook toch nog even een brug te ver vinden – dat kan en mag natuurlijk! – kun je met deze actie ook een steentje bijdragen door wat te doneren aan de BSO of kinderopvang van jouw kind, of buurkind, of neefje of nichtje via de website van Aan de Bakdag, of door het kopen van cupcakes. Alle kleine beetjes helpen; zo cliché als maar zijn kan, maar ook zo waar.

Ik vind het nog steeds heel mooi dat we dit op deze manier mogen doen. Dat we door een maandelijkse donatie het leven van een kind met een basis heel anders dan de onze een beetje gemakkelijker kunnen maken. Door de laatste brief die we van hem kregen en de post die we hem toesturen voelt het alsof Kojo onderdeel is van ons gezin, zij het op afstand. Zijn foto heeft nog steeds een prominent plekje in huis, en dat houden we zo. Hij mag dan niet in ons huis wonen, maar toch zeker wel een beetje in ons hart.

Bedankt voor het lezen:)!

Showing 3 comments
  • Carmen
    Beantwoorden

    Heel mooi! Wat mij later, als de jongens wat ouder zijn, ook mooi lijkt is om pleegouder te zijn. Voor kinderen die ‘gewoon’ in Nederland zijn maar het ook moeilijk hebben. Maar dit is natuurlijk ook heel waardevol.

  • Lian
    Beantwoorden

    Heel mooi! Ik weet het nog zo goed dat wij thuis ‘vakantiekindjes’ hadden via Hart voor Polen. Fantastisch om die kinderen i. Ieder geval twee hele fijne weken te geven, maar ook hart verscheurend om ze te moeten laten gaan. Je bouwt echt een band op met ze! Zij vonden het ook fantastisch hier, maar ook niet erg om weer naar huis te gaan. Met een tas vol ‘nieuwe’ kleren en speelgoed. Heel waardevol! ❤️

  • Deborah
    Beantwoorden

    Super mooi om te lezen met hoeveel liefde je schrijft, en bezig bent met je sponsorkindje en alles rondom Uganda. Vind ik zo leuk! Ik kan je écht aanraden om ooit naar Uganda te gaan om je sponsorkindje te bezoeken. Afgelopen zomer zijn wij meegeweest met Watoto (een van de organisaties die daar ook hulp biedt). Dat was echt fantastisch. We hebben toen ook ons sponsorkindje vanuit daar ontmoet en een sponsorkindje vanuit Compassion (weer een andere organisatie). Mocht je het leuk vinden om daarover verder te babbelen of meer willen weten, let me know! Liefs

Leave a Comment